brok & spiegel

zo ging de aarde zuchtend
kuchend met rotsvaste eenlingen
als ijsblokken van duizend-en-een-kracht
bijgestaan door bungelende eenvoud
achteraan de maanmannen
in mijn mond en klauwen verpulverend
met het mangaan uit de aderen gefloten

zo zijt gij daar! flikkerde het achter in mijn oorschelpen aan zee geboren
gelijke een toverketel met magie verloren
wie zal vallen wordt geraspt onder de grote en blote
blaasbalg en keert nimmer terug in de stompzinnigheid
van rituele regenwormen met volle magen in de magen van andere magen
zo geboren en zo gepreekt en verbleekt

zal men schrijven met waterinkt en gouden ivoorkustenschuim
en hondsdol zal men rennend de wolken in
en aan de hand zeven bijlen om te kunnen preken met hakken
hele hoge hakken, mega hakken en een vleug vocht

zo vertelt de doorwrochte eenboorling
het ene percentage na het andere percentage
en ruilt stuivers in voor grote meningen
meningen van eenlingen daar de tweelingen te groot gebekt zijn
in de kroosogen van het alledaagse

vrouw, neem een spiegeltent met een krachtvent
te lang is uw huid ongeschuurd uit de strijd gekomen
vertel me van nippels, trippels en god-grage brokken in uwer keel

krab vandaag uw sperwerogen open en uw bloedmond
ren de grond in en uit: stamperend en met verve
zo zijn we onszelf trouw en zo zijn we zuchtend
tot in onszelf verborgen als in een donker afgebrokkelde spiegel

 


 

model

zij dook in een elegante brij
trotseerde zo de walvis
in haar geboren

zij hield haar adem tot aan
het vocht in de longen
die zongen van clichés
en al dat dondert
en overdondert

zij kamde en pluisde haar
ladygeshavede schenen
voor noppes en nada
om voor prada
het kotswerk te mogen doen:

de catwalk
de toeschouwers
1 bij 1
schouder aan schouder
haar blikken blik
onwaardig
te verwerpen

haar hielen lichtend
de donkere nacht

verlichtend

 


 

kleef

in het hars waar alle zinnen spinnen
met droom spatel en
roerende eiwitdraden
met mole-flauwe-kulen
de wetten trotserend tot op het achterste
van een giraffe tong ruw

voldaan op een lap van paars
tot in den kleffe nevel van onverwerkte eeuwigheid

onze kansen tellen niet meer mee
zijn morsig dood en als de dood in ons
zo ook het leven waarin vast en tierig kleven
de zwaan kleef aan anus en van alles en
nog wat aan toeters & bellen toe

 


 

hoe het was

hoe het was
stond nooit vast
in het midden,
ernaast
links of rechts
eronder, rechts
erboven links

hoe het was
stond nooit vast
95 graden,
met een kleine afwijking
naar boven
180 graden gedraaid
met een scheef gezicht

hoe het was
25 procent van het geheel
en nog een beetje
stond nooit vast dan
alleen op losse schroeven

 


 

licht

hé:
gefixeerd licht bracht
pracht in onzer ogen
donker in de achterste
coulissen en onder de bühne
een waxine licht tot slot
kapot
gestampte muisjes
ernaast
in alle haast
vergeten
het donker
waarin het hoofd
dooft
met alle kaarsen mee:

 


 

leverbiotoop

en toen mijn lever
op de klippen liep
bij ondergaande zon
nota bene

vluchtten kreeftjes
tussen
rotsen weg
krabten
in zeetaal
waar geen
leverbiopt
tegen aan
kon schuren

met een mespuntje scherpte
dook ik de diepte in
op zoek naar een
gladde aal
met gal
om in te spuwen

om mijn lever
te verbeteren

 


 

kruizende ridders

glijdend langs dromend bedrog en pijlers van gekte
afdruipend in helse flarden en gebaard bij daglicht
hebben de zachte nekken zich omgedraaid bij okergeel
door gebrande sienna in een streep met de benen wijd

hiervoor kwamen zij in open gereden stukken te paard
met vlagende rimpels en verschoonde lappendekens
onder de hoeven vandaan getrapt een kruizig rood
hun gespeerde spieren stonden te knappen tegendraads

uit hun gele vervormde monden met hagelwit grijs
hun verlokkende gekscherende doodsdrift
mompelend van kleine snollen grote snollen te dood
onze verliefde voorvaderen in den hemel daalt allen neder!

uitgesmeerd over toendra en noeste woestijnen
en al het gebeente van tafelberg en zilversmeden
uw gebeden smijten we in onze gesmolten eenvoud
waarin draak en engellam in gevlamde adem roosteren

met vlagen van rottend brons in bijholtes opengeslagen
denderend met hoefslagen verder de zandkorrels in
rijgend de spijtoptanten aaneen geregend in losse vlokken
de helse ijzertijden uitgebuit tot tijdloze bloedarmoede

ondergrondse oerwormen schieten spuugbeesten uit
aardlagen als sandwiches met ketchup bloeddoorlopen
oogeiwiten stijf geslagen door het vuur uit hun blikken
om hun aangeboren vulgaire weg te vervolgen met kruis & aarsbeeld

 


 

nachtelijk protest

ik smolt het plastic klaar
voor de nacht eer de longen vielen
met de waan van de maan
nog in het achterhoofd
gonzend van vruchteloze geruchten

diep van binnen naar
buiten gekeerde verlangens
aan verkeerde mensen geplakt
papieren bijnieren op maat gemaakt
en al ingepakt voor de ochtend
waarin de urine goudbruin
het emaille gaat bestralen
de vrijheid tegemoet

na een scleroserend kuchje
pakte ik mezelf
en mijn handen
voor een kort kusje
en tekende protest aan
tegen het donker
van gisternacht