absurde lulverhaaltjes voor bij 't opstaan

Niet lekker

Iemand vroeg laatst of ik wel helemaal lekker was. Ik nodigde de persoon daarop uit om bij mij thuis te komen proeven. Na één hap te hebben geproefd, kwamen we tot de conclusie dat ik inderdaad niet helemaal lekker was.


Reetjes in den nacht

In de Pruissisch blauwe nacht scheurde ik even wat witte strepen van onze snelweg eraf plus een paar reflecterende kattenogen. Pure verveling. Een horde reeën stond in een donkere berm elkaar te grazen te nemen naast een plukje mals gras. Ik toverde een vette glimlach en knipoog voor ze op mijn gelaat. Wierp mijn raam open en daarbij nog een helpende hand toe. Rijden met één hand aan ’t stuur gaat een trend worden. Ik streelde met de snelheid van het ondraaglijke licht over hun reebruine ogen en reeruggen. Ik houd van wild, maar niet langs de snelweg. Ben immers rock & roll. Samenscholing verboden hoor ik op de radio. Ik zet ‘m in zijn achteruit en pleur een cd met dierengeluiden erin en zing mee met de ondertiteling van Bambi.


Onmisbaar

Ik beet vandaag van schrik mijn tong af, wat me in woede deed uitbarsten, waardoor ik per ongeluk mijn benen in de lucht gooide, die daarna als luciferhoutjes afbraken en achter mijn rug om, verder aan gruzelementen vielen, waarover ik dusdanig ontzet was dat Leidens Ontzet nog een keer werd ontzet en ik mezelf daarvoor wel voor de kop kon slaan en zo geschiedde dat ik daarbij mijn handen gebruikte die ik liet wapperen, die daardoor bij de eerste beste windvlaag werden meegenomen naar ‘no man’s land’, waarbij ik dusdanig ontplofte van kwaadheid dat ik voorgoed verdween.


Solidariteit

Uit solidariteit voor Lech Walesa ben ik met mijn vrouw mee gegaan om een vlokkentest te ondergaan. We kwamen binnen zonder kloppen omdat we geen open deuren wilden intrappen en we al helemaal geen gesneden moederkoekje van eigen deeg wilden bakken. Ik had gekozen voor De Ruyter vlokken omdat die van koninklijke bloede zijn. Puur dus. Mijn vrouw dacht daar anders over aangezien haar ruggengraat in het geding was en prikte me in mijn rug als test. Zij ging voor melk. De gyneacoloog kwam binnen en gedroeg zich als een mongool waarop ik wist dat mijn kansberekening klopte als een bus. Ons kind had het IQ van een vakbondsleider en ik tongzoende mijn vrouw, uit vreugde, het schaamrood van d’r lippen.


Maaltijdtijd

’ t Is bijna etenstijd en dus tijd om mezelf te ontmaskeren van de mascara, die er door de dag heen, opgesmeerd is, naast de besmeerde boterhamzakjes uit de ochtend, door ons moeders de vrouw. Wie dat ook moge zijn. Het bestek in de lade ligt alvast klaar te komen om straks je vingers bij af te likken, aan tafel, naast de juslepel en onder het bord voor de kop. De vrouw des huizes zit op haar toppen wat de kookkunsten betreft. Het treft dat ik een smulaap ben. Het haar op de tong bevestigt dat meerdere malen per etmaal, terwijl ik mijn kwijl nu de vrije loop laat. Ik trek het zwoerd weer uit mijn strot en maak me op voor het vangen van bot. Heilbot, deze keer. Na het eten geestelijk te hebben verwerkt begin ik aan het boeren. En ik boer goed. Het toetje druppelt stapsgewijs uit de tepels van Mona. De toetjes worden met de dag realistischer nagemaakt. Na het eten loop ik direct naar mijn postzegelverzameling en zie dat alles nog keurig gerangschikt is op de volgorde van mijn bittere nasmaak. Uit vreugde maak ik een sprongetje in ’t duister.


Opruiming

Het huis binnen is een puinzooi. Het huis buiten brokkelig maar daar ga ik niet over. Mij zul je dus ook niet snel naar buiten zien komen. Ik heb door een anonieme besluitvormingstraject gelopen en zag dat het goed was. Ik ruim mijn huis binnen op. Er zijn een paar manieren om dit te doen zoals altijd. De beste manier is een speciaal telefoonnummer te openen, maar ik tik steeds naast de goede toetsen. Neen. Ik strook de mouwen nog eens goed op en ga beginnen met TNT. Dat is wel zo grondig. Ik bestel alvast wat postzegels digitaal met mijn eigen afbeelding erop. Nog voordat ik de ongebroken verzegelde zegels ontvang explodeert de ontsteking voor ik er erg in had. Ik vergis me vaak en het wordt zo langzamerhand onmenselijk. Ik huil in mijn vuistje. Ik pak de Semtex en ga kleien. Deze dag is nog niet voorbij.


Air & Variations (luchtdruk)

Een zeearend landt op één van mijn schouders, alsof er toch niks beters te doen is in deze wereld, waarin de Maja-de-bijen mathematische hoogvliegers waren. Zij brachten stuifmeel en daardoor astma.
De zeearend plukt een stuk oor eraf, maar ik voel niets door de stramme herfstwindvlaag die als een condor langs mijn oor suist. Ik maak alvast een afspraak bij het doveninstituut voor het geval een andere zeearend op die andere schouder dat andere oor beet neemt. Ik gebaar druk. Het doet een beetje denken aan het taxiën van hordes Concordes. De spanning stijgt met de vleugelspanwijdte mee. Ik moet niezen door een donsdekbedveertje die per ongeluk op mijn bovenlip blijft kleven. Hierdoor schrikt en knalt een Airbus A380 tegen een muurtje die ik niet zag aankomen. Als kind wilde ik daarom ook liever brokkenpiloot worden in plaats van bij de commando’s; ik kan niet onder één baas werken, wel onder meerdere. Om van het gevogelte af te kunnen zijn pak ik mezelf in en geef mezelf bloot aan de eerst volgende flierefluiter zonder vleugels.


Liefde ten tijden van de Neanderthalers

Er is in de wetenschap al veel geschreven over de liefde ten tijden van de Neanderthalers. Dat leverde soms prachtige verhalen op. Ik laat daarom mijn baard ook groeien. Dat heeft overigens niks met mijn steunbetuiging aan de Homoslim erectus te maken; die zaten indertijd te kutten in een heel ander gebied. Die zaten op de Allahtoya eilandengroep, wat nu Cash-Mier-eilanden groep placht te heten.
Ik dwaal af ..
Een van de godvergeten verhalen gaat me echt door been en mergpijp, zo mooi is die. Het begon allemaal rondom een kampvuurtje waar de Homo sapiens sapiens vrouwen werden heen gesleurd aan huid en haar om naar een luid spelende Flamenco gitarist te luisteren. Er werd gepogo-ed bij het leven en iedereen was domweg gelukkig in en bij hun eigen Dappergrot. Wijn vloeide er rijkelijk en de potjes met plant en aardig vet werden op tafels gezet. Esoterische oliën werden ingesmeerd tijdens seksuele fantasieën waardoor men de liefde zeer intens beleefde. Nimmer in de mensheid was men zo gelukkig geweest. Dat was natuurlijk best wel realistisch en als er ooit een volk zo realistisch kon denken dan waren dat toch wel de Neanderthalers. Hardcore realisten. Een onrealistische vrouw stapte echter naar voren en doofde het kampvuur. Haar naam was Eva. Eva kwam uit een adellijk afgeslacht geslacht en haar aderen straalden blauw uit. Adam, haar geliefde baardaap, probeerde het vuur nog weer aan te blazen en stond zo dus voor lul. En zo ontstond de uitdrukking: ‘voor paal staan’. En daarmee ook de ruzie. Daar er in die ranzige tijd nog geen scheidsrechter bestond wierp ene Sjeessus zich op als de énige echte, die de geliefden, met de mantel der liefde probeerde te overladen. ’t Koste hem wel een rib, die bleef drijven in het doopwater dat uit de monden liep van de toegestroomde toeschouwers, waaronder de kleine Johannes. Liefde was toen een pure zaak, maar van liefde alleen konden ze toen nog niet leven en daarom kwam er oorlog. Broodje oorlog welteverstaan want de liefde gaat nog altijd door de maagwand heen.


Misselijkmakend

Het gedraai van de aarde maakt misselijk en die hete kern doet zweten als een otter. Het kan dus wel erg heet worden onder menig kalknagel nu de eeltknobbelzwanen, hand in hand met de fruitvliegjes, vliegen naar het zuiden. De rest van de vliegen vliegen noordelijker. De kreeftskeerkringspier werpt een vette knipoog naar de ring van Saturnus. De NAM boort zich een toren en laat gasboeren.
Buiten spelen de schoolse kinderen netjes schoolpleinerig door en staan de dieren in de wei er dierlijk en proper bij. Hun besef van boortorens is triviaal en dat siert hen tot op het bot en maakt van mij, die dag, een weekdier.


Dagje Egmont ouverture

Een AH-64 Apache vliegt rakelings aan mijn raamkozijn voorbij, maar ik ben ergens anders met mijn gedachtegang. Mijn gedachten zijn bij de gang. In de gang hangt Beethoven’s portret fier versus streng en kijkt me aan alsof ìk doof ben. Een dagje Egmond aan Zee ouverture lijkt me goede zet. e4 e5. Je kunt nooit vroeg genoeg openen, het raam. De wind komt van zee en is gunstig voor het verloop van de schaakpartij en de paarden aan het strand, lijk ik te denken. Ik steek mijn middelvinger ondertussen omhoog naar de desbetreffende, in commando zijnde commandant Huppeldepup, in de heli, achter pilote Spring in ‘t Veld in opleiding. Een vuursalvo volgt. Ik word weer geraakt, vooral emotioneel. Ik schiet daarom in de lach terug. Het kietelt mijn lichaam en bloed zakt als lood in mijn schoenen. Mijn broek zakt er van af, ondanks mijn Tiroler-bretels. Ode an die Rote Armee denk ik nog in een fractie van 00,00001 sec. Als laatste strohalm grijp ik naar mijn “Handboek soldaat” en lees op blz. 07 dat paarden aan ’t strand niet kunnen schaken door de zilte zeewind.
Ik zet de kookwekker alvast voor morgen, voor hetzelfde scenario als vandaag.


De kazerne

Een kleine rare vogel (kolibrie) landde tussen mijn schouderbladen. Heel vreemd. Vooral vervelend. Het jeukte en ik kon er niet bij. De vogel bleef onderwijl rustig hangen met zijn grote bek in mijn speknek. Ondanks wat geweersalvo’s op commando van de mariniers waaronder ik me bevond. De vogel was oost Indonesisch doof. Dat had ik van horen zeggen. Alle geheime, bruikbare informatie komt altijd van buitenaf. Daarom speelde ik als kind veel op straat en klom ik in vele bomen. Bonsai bestond toen nog niet. In populieren liet ik me uitwaaien wanneer nodig en onder eikenbomen speelde ik vaak voor druïde. De herfst was goed voor kastanjes om te temmen in het haardvuur van de buren. Kolibries zijn zeer zeldzaam in Nederland. Je ziet ze alleen nog terug in het poldermodel en in de Haagse duinen als je daar gaat struinen. De commandant haalde zijn schouders op en schudde ook nog eens pot honing uit zijn losse mouw. De vogel en ik likte mijn wonden even. Honingzoet. Daarna riep herr commadant zijn manschappen bijeen voor een drijfjacht op Winnie de Poeha. We pakten onze rubberboten, gooiden onze schaamte opzij en doken het nachtleven in om te knuffelen. Sindsdien heerst er weer vrede in de kazerne.


Fysicus J.C. Bumschi: ‘Dat nieuwe deeltje gaan we vinden, hoor’

Een kernfysicus belde me laatst in paniek op. Hij kon weer nergens dat nieuwste deeltje vinden.. Ik zei heel relaxed: ‘Relax man!’ Uit één van mijn lepe ooghoeken zag ik op ’12 o’clock’, dat ik dat deeltje had. Het stond tussen mijn Koosjere gedeelte van mijn overvolle, door berken gefineerde boekenkast. ‘Dumb ass’, dacht ik nog scherp. ’t Deeltje stond, kernachtig en fier, precies ingeklemd tussen Chaim Botox en Harry Foolisch. Exact waar ik ‘m wilde hebben. J.C. Bumschi heeft daarna de Nobelprijs gewonnen met nog een paar van zijn ranzige collegae uit Danzig. En Onkel Rudi danste his ‘ass off’, terwijl zijn manen het werk deden.


Peugeot 309 GL Profil

Ik ga zo een auto ophalen met mijn auto. Ik moet kiezen welke ik ga besturen. Normaal gesproken ben ik een stuurloze knuppel maar als het op auto’s aankomt dan ben ik Jacky Ickx in het kwadraat. Ik heb daar ook een formule I voor. Roekeloos & bandeloos. Wel met profiel overigens. Ik profileer namelijk graag. Mooie zwarte strepen op de weg is een genot voor het oog en met de geur van asfalt krijgt de neus vleugels. Ik kies voor de snelste bak. De kleur laat ik links liggen. ’t Is soms net Engeland. Ik werp me achter het stuur. Er zit een stuk dier om het stuur gekruld. Prachtig & stoer ook nog es. Mijn zweethanden raak ik ter plekke kwijt. Zweet gutst nu alleen langs een hoog voorhoofd. Ik neem de tijd zoals de tijd mij ook altijd neemt. We vormen een goed paar. Ik trap het pedaal kapot en stap weer lachend in mijn eigen auto. De zon bijt zich in de lak van mijn auto en laat mij ook glimlachend achter. Ik geef de zon, blindelings, zo’n knipoog uit het verleden terug. We zijn immers vrinden.


Kill Billy The Kid

Ik sloeg mijn ogen neer op een paar lappen vers vlees. Dat doe ik wel vaker. Deze waren echter aan elkaar gehecht. Hoe sentimenteel can you get.. Het water liep me in de ogen. Mijn ogen waren blauw van de nacht ervoor. Aanval is de beste verdediging en daar ging ik.. Kill Bill is een film voor mietjes bleek later. Mijn film had geen plot. Mijn film komt pas veel later en draait straks achter de bühne van een ranzig en dus aangekoekt achteraf filmhuisje. Het beloofd een cultfilm te worden, dat wel, tenminste als ik de trend der cocaïnesnuivende filmcritici mag gaan geloven. En dat doe ik altijd. En die junks spelen immers altijd goede psychologische spelletjes zodat de kind de was kan doen. Mijn wasmachine draait 40 graden bij een kamertemperatuur van 24 graden. ‘t Kan net. Het bloed uit mijn bloeddoorlopen ogen van de nacht ervoor heb ik met blote handen moeten wassen in koud water. Pure instinct. Bloed zat in een overhemd die ik nog over had. Met de laatste loodjes van een, op en in mij, leeggeschoten Magnum .44, leg ik de lappen vlees op mijn ogen. Het zuigt de pijn op. Ik ben klaar voor Kill Bill III. Op de achtergrond klinkt Meditations from Thais en word misselijk van de honger, de muziek en het lood in mijn lijf. Ik ga vroeg naar bed en droom de kogels uit mijn lijf. De nacht is al donker genoeg geweest.


Feta

Sinds ik gestopt ben met roken blaas ik geen rook meer uit. Alleen condens, druppelsgewijs. Waar rook is, is vuur. Ik zit dus nu, zonder vuur. Mijn oog valt en valt op een krant. Het is een nieuwe krant met oud nieuws. Het achtergebleven oog gluipt naar een art-ik-el en weet dat het niet over kunst gaat maar ook een lengtemaat in ik-vorm. Zo groot als Zeeland. Ik pink een traan weg daardoor en blus de gedachte met diezelfde traan. Hoe toevallig. Aangezien het lot uit puur toeval bestaat sla ik de uitslag van alle uitslagen over. Bosbrand lees ik verder. Cirkel is rond en ik draai er dan ook maar niet omheen, want je kunt nooit verliezen in een win-win situatie. Ik laat mijn gedachten de vrije loopgraven. Door al die bosbranden op z’n Grieks is de feta duurder geworden en de daarbij behorende trek in een peuk. Dat is mijn conclusie op de seconde nauwkeurig gesteld. Daar baal ik van. Het doet me wel deugd dat de prijzen van geroosterde geiten spottend goedkoop zijn geworden op de gespannen en zwartgeblakerde illegale importmarkt. Mijn belegging in geroosterde eenden uit Peking is bij deze in rook opgegaan.


Rondje Vel Uwe

Met de geur van J.P. Gaultier op mijn halswervels heb ik de Veluwe maar weer es gevisiteerd. De parfums hebben elkaar vluchtig ontmoet vandaag. De heide raakte er van in de war. Diezelfde heide is daardoor ook al weer bijna uitgebloeid. Ik fietste met mijn stoute schoenen maar trok mijn goede fiets wel aan. Zondag is een verwarrende dag. Mijn Gazelle slalomde zich een weg door overstekende wilde microcosmopolitans. Blauwe en glimmende kevers of trekkende torren. U mag het zeggen. Ik zeg niets ook in het bos niets. Drie kiekjes van mijn ego met mijn Nokia genomen kan mijn zwijgen niet doorbreken. Groetende mensen doe ik af met een wanstaltige knik terug. Mijn gedachten waren immers bij de exodus van blauwkevers en waarom die harnassen niet bestand waren tegen fietsbanden en halve zolen. Waarom gaf ’t heelal ze geen steviger onderdak, mijner schedel eender. Mijn hart huilde kitscherig bij zoveel sneuveligs. Ze waren nog zo broos en jong. Het bos en dan met name de Veluwe is bikkelhard geworden door de verharde paden waarop menig insect zich op stuk heeft gelopen. Volgende keer maar weer skaten op ’t ruiterpad.